lipgloss

(5/1)
Vandaag is ze jarig, het vriendinnetje waar je op zaterdagavond vaak sliep omdat zij om twaalf uur thuis mocht komen en jij je om tien uur al moest melden.
Het is de datum die de herinnering aan haar oproept. Je gaat niet langs, jullie hebben al heel lang geen contact, bijna veertig jaar al niet meer. Ook bij toeval zijn jullie elkaar nooit tegengekomen, wat raar is, want jullie wonen in dezelfde stad. Het hoeft ook niet, sommige mensen horen een andere tijd toe en dat geldt ook voor dit meisje. Samen wasten jullie haar vaders auto, een lichtblauwe mercedes, en werden beloond met geld om sigaretten te kunnen kopen. Er was een automaat in de buurt waar jullie heen gingen zodra de buit binnen was. Gladstone of Peter Stuyvesant met filter. Je ziet haar nog voor je, een eerste trekje, haar rood gestifte lippen.

Je zit te typen met een sigaret tussen de vingers, het is te zien aan het toetsenbord waar as op ligt en aan het plafond dat een andere kleur heeft dan dat in de andere ruimten van het huis, het is te horen aan het duister in je stem. Hij waarschuwde wel, die vader van haar, ‘kijk maar naar mij’ zei hij dan en dan zagen jullie hoe hij, het gezicht rood, bijna paars, amechtig ademend in zijn stoel hing, maar jullie zou zoiets niet overkomen.

Op een dag bleef de auto voor de deur staan.

Je ging langs. Jouw vriendinnetje haalde de lipgloss uit haar zak, maakte zich mooi en vertrok, jou bij haar moeder in de tuin achterlatend. Je wist niets te zeggen en ook haar moeder deed geen enkele poging het gesprek gaande te houden. ‘Ze trekt veel met Marijke op, de laatste tijd’, zei zij nog wel.

Het was de laatste keer dat je bij hen thuis kwam.