Elske Schotanus » BUOG Leegwater http://www.elskeschotanus.nl Mon, 06 Jul 2015 14:12:58 +0000 nl-NL hourly 1 http://wordpress.org/?v=4.2.2 Buog Leeghwater, voorstelling zomer 2013 http://www.elskeschotanus.nl/leeghwater-buog/ http://www.elskeschotanus.nl/leeghwater-buog/#comments Tue, 12 Nov 2013 15:02:26 +0000 http://www.elskeschotanus.nl/?p=1349 Op de meest desolate plek van Nederland brachten honderd acteurs, dansers en musici in 2013 een onvergetelijk drive-intheaterspektakel.

Wie zich van tevoren al uit het veld laat slaan komt nergens, vindt de 21ste-eeuwse uitvinder Leeghwater (Bert Visscher). Problemen zijn uitdagingen en daarom moet die energiecrisis maar eens worden opgelost. Wars van tegenslag en doemdenkerij besluit Leeghwater een nieuwe energiecentrale te bouwen, als bijdrage aan een nieuwe toekomst (of iets wat daar op lijkt). Op het zoute water gelden echter oude rechten. Leeghwater komt in het vaarwater van een oude visser en zijn gezin. De visser is al eerder de Zuiderzee ontnomen met de bouw van die verrekte Afsluitdijk en nieuwe fratsen zijn in zijn optiek op z’n minst onnodig. Zijn vrouw, dochter en schoonzoon beginnen echter toch wat in de ideeën van Leeghwater te zien…

Artikelen over de voorbereidingen op de voorstelling, verschenen op demoanne.nl en in nr. 5 van het tijdschrift:

Bert effe close pakke – 11 mei

‘Leeghwater’ heet de voorstelling die BUOG in september brengt. BUOG staat voor: Bedenkers en Uitvoerders van Ongewone Gebeurtenissen. Het is woensdagavond, 8 mei, en de crew komt voor het eerst bij elkaar in een schip dat in de buitenhaven bij het kleinste dorp van Nederland ligt: Breezanddijk, halverwege de Afsluitdijk.

Ik ben vroeg, te vroeg, maar omdat de regen bij bakken uit de lucht komt vallen, klim ik meteen aan boord en duik het ruim in. Vanavond zal de clip ‘de kus’ worden opgenomen, maar nu zit iedereen nog aan de maaltijd. Op tafel, temidden van kommen en bekers, staat een maquette waarop de haven, in werkelijkheid drie voetbalvelden groot, te zien is met eromheen, in gelid, drie rijen suikerklontjes afgewisseld door miniscule wachttorens. Een geroezemoes van stemmen klinkt op: ‘effect als het regent …’, ‘lekker …’, ‘maar die dochter …’ Een grote man in een wit pak schiet onmiddelijk overeind om zich voor te stellen: Bert Visscher.

Regisseur Pieter Stellingwerf strikte hem voor de grootste en meest bijzondere BUOG-voorstelling ooit. De cabaretier speelt de rol van Leeghwater. Daarbij gaat het niet om Jan Adriaanszoon, in de zeventiende eeuw de grote man achter het droogleggen van een flink aantal plassen en moerassen in Noord-Holland, wel is de naam een vette knipoog naar de beroemde molenbouwer en waterbouwkundige. In de voorstelling, die gaat om de botsing tussen traditie en vernieuwing, speelt Visscher de rol van ‘vernieuwer’.

Vernieuwing nu, in tijden van dreigende tekorten aan olie en het gevaar van kerncentrales, gaat over energie en daarmee is de Afsluitdijk een bijna vanzelfsprekende locatie voor ‘Leeghwater’. Getijdenstroom, windmolens langs de snelweg, zonnecellen verwerken in het asfalt: er zijn allerlei ideeën om de dijk te benutten voor méér dan een wegverbinding tussen Noord-Holland en Friesland. ‘Een dijk van een dijk die het energie-icoon voor de toekomst zal gaan worden,’ zegt de website.

Binnenkort begint men bij Breezanddijk met de aanleg van een proefopstelling voor een blue energycentrale, een gegeven dat een rol speelt in de voorstelling in september. Er zal brak water op het wad worden geloosd en daarmee krijgt Leeghwater de bevolking van het verdronken dorp ten noorden van de dijk tegen zich. Het is wel hún visplek, hén wordt iets afgenomen …

‘Jammer’, meent Pieter Stellingwerf, ‘dat de bouw ervan niet in juni start, zoals de bedoeling was, maar pas in september.’ De proefopstelling is in oktober klaar, als de voorstellingen achter de rug zijn.

Zowel, onder meer, Noord-Holland als Fryslân en de gemeentes Hollands Kroon en Súdwest Fryslân maken de voorstellingen mogelijk. Naast professionals werken er zo’n honderd amateurspelers van beide kanten van de dijk aan mee. ‘Ik weet nog niet als wie of wat’, zegt een mevrouw die zich heeft opgegeven om mee te doen. Zij kreeg een mail van de West-Friese regisseuse Lyda Tijsen en dacht: ‘dát is altijd al mijn droom geweest, ik doe het.’

Bij de wachthuisjes die langst de kant van de haven komen te staan zullen amateurs hun scenes spelen. Er wordt gewerkt met beamers die beelden van de hoofdrolspelers van de hoofdrolspelers projecteren. ‘Bert effe close pakken’, noemt Pieter Stellingwerf het. Dat is nodig ook, want de locatie en het enorme speelterrein stellen specifieke eisen, niet alleen om de mimiek van de spelers zichtbaar te maken, maar ook aan de tekst en het geluid. ‘Een metrische tekst’, ‘rondom spelen’ en ‘doorgecomponeerde muziek’.

250 auto’s kunnen ‘Leeghwater’ bezoeken. Het publiek koopt een kaartje voor de auto, niet voor een ‘stoel’. Dat is pech voor mij, want ik heb een bestelauto, maar ik kan vast wel met iemand meerijden. Iemand met een autoradio, want onderdeel van de voorstelling is een radiouitzending via een evenementenzender met een bereik van dertig kilometer.

Zover is het nog lang niet. Tot die tijd doe ik één keer in de veertien dagen op de website van de Moanne verslag van de voorbereidingen.

Amateurs niet pamperen – 28 mei

ier jaar geleden studeerde Esther van Til af aan de Hogeschool voor de kunsten in Zwolle in de richting theatermakend docent, daarna volgde zij nog een regiemaster. Zij is zelfstandig ondernemer en maakt deel uit van de theatergroep ‘VOLT’. Daarnaast is zij één van de vijf ‘jonge makers’ die een bijdrage levert aan Leeghwater, de voorstelling die BUOG onder regie van Pieter Stellingwerf vanaf 12 september in Breezanddijk, halverwege de Afsluitdijk, brengt. De ‘jonge makers’ worden onder meer ingeschakeld voor het begeleiden van het leger amateurs dat een bijdrage levert aan de voorstelling. Esther neemt de spelregie op zich.

Zij viel al op toen ze als ‘kok’ in het ruim van het schip dat in de binnenhaven van Breezanddijk lag op de avond dat de videoclip ‘de Kus’ werd opgenomen druk in de weer was de overige leden van de crew van een maaltijd te voorzien. Een vrolijke, goedlachse jonge vrouw.

In haar woning in Zwolle vertelt Esther hoe zij, toen ze de oproep voor ‘jonge makers’ onder ogen kreeg, een motivatiebrief met CV stuurde. Het was de enorme omvang van het project die haar aansprak. Zij had ervaring opgedaan bij het stadsfestival van Zwolle waarvoor ze met haar theatergezelschap een theatervaarroute had uitgezet, ook werkte zij mee aan een project waarbij er theateracts in stadsbussen werden gebracht. Want al heeft zij haar eigen gezelschap, samenwerken met andere makers inspireert. ‘Het is fijn werken met Pieter en Kees, het zijn mensen die met bezieling werken. Even denken… hoe moet ik dat zeggen… Een mannelijke manier van werken. Alles is mogelijk. De werkbesprekingen houden we op de gekste locaties. Hoe heet het daar ook alweer? Waar al die stenen opgestapeld zijn? De ecokathedraal, ja. Een hele dag zitten we daar, concepten en ideeën uitwerken. Van idee naar concept, van iets vaags naar iets concreets. Voor iedereen is het uitvinden. Het fijne is dat ik als maker initiatieven kan nemen, mijn eigenheid kan inbrengen.’

Voor het voortraject voor ‘Leeghwater’ maakte Esther vorig jaar een korte voorstelling. De opdracht luidde: Ga maar naar Zürich, kijk eens wat er bij de bewoners leeft en maak er, samen met hen, een voorstelling over. Onbekend met het dorpje aan de Friese kant van de Afsluitdijk, ging zij er naar de kroeg en al gauw kwam zij erachter: Krimp, dáár draait het in Zürich om. Jongeren trekken weg. De eigenaar van de kroeg, met hotel, wil stoppen: het is niet geworden wat hij ervan verwacht had.

‘Wat ik mooi vind aan amateurs,’ zegt Esther, ‘is dat zij zich overgeven aan zoiets. Wat je van ze vraagt in het spel is: lef… energie… Een eerste reactie is vaak: “dat kan ik tóch niet”. Het ligt buiten hun straatje, maar als mensen het wél doen komen ze er algauw achter dat het wél kan. Ik zet hoog in, maar op een subtiele manier.’ Ze zoekt naar een goede manier om het te formuleren, lacht dan: ‘Vaag, hè?’ Denkt na en dan, heel beslist: ‘Vooral niet pamperen. De manier van werken is niet wezenlijk anders dan met professionals. Ze zijn niet dom. Ik gebruik juist wél vakjargon, zodat mensen zich serieus genomen voelen. Ik heb een soort visioen van wat ik wil maken, het is de basis, maar het is nooit kant en klaar. Ik speel in op wat hen aanspreekt. Zij kwamen zelf met het Züricher volkslied, de folklore ervan is versterkt met overalls en klompen.’

Rond het speelveld van ‘Leeghwater’, de buitenhaven van Breezanddijk, komen platforms, voor elk platform is ruimte voor 14 auto’s waarmee het publiek naar de voorstelling komt. Door, tegelijk met wat er op het water gebeurt, voorstellingen op de platforms te brengen krijgt het publiek twee spelers ‘voor zichzelf’. Hun taak zal zijn om in de grootsheid van het hele gebeuren intimiteit te creeëren.

Ook de bewoners van Zürich die meewerkten aan ‘Krimp’ zullen weer van de partij zijn. ‘Eén mevrouw van 85, die durfde het toch niet aan, maar ze waren allemaal enthousiast.’ Hetzelfde geldt voor amateurs aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk. ‘De repetities per discipline zijn gescheiden, maar Esther en de andere makers houden wel constant contact met elkaar om af te stemmen. Spel, muziek, beweging: het moet wel in één sfeer, in één stijl.

‘Ik ga voor niks minder als een meer’ – 24 juni

Het is alsof je een schilderij van Hopper inloopt als je op de Harlingertrekweg in Leeuwarden het blauwe huis nadert. Het is de kleur, de leegte eromheen. Een verlaten plek, ondanks al die parkeerplaatsen, de boten die er langs varen. Desolaat, maar binnen leeft het. Op een zinderend hete middag, half juni, komen spelers en jonge makers bij elkaar om zich te buigen over de teksten die Jan Veldman schreef voor Leeghwater, de voorstelling die BUOG in september in de buitenhaven van Breezanddijk zal brengen.

Onder een scheefhangende blauwe lamp, op tafel, staat de maquette van het havengebied. Vormgever Kees Botman, verantwoordelijk voor de bouwploeg, deelt A-viertjes uit met daarop schetsontwerpen. Op een enorm ponton komt een open stellage zodat het publiek de voorstelling van alle kanten kan volgen. Schijnwerpers, technici in het zwart, camera’s. Waar een paar maanden geleden, rond het water van de buitenhaven, nog plateaus met wachttorens waren bedacht, zijn ondertussen vuurtorentjes ontworpen. Kees toont krabbels van tafels en stoelen die half boven het water uitsteken, een caravan, een fiat met een kroon erop voor de koninklijke familie. En er is de enorme hengel waaraan Johannes (Jan Tekstra), de visser die zich hardnekkig verzet tegen Leeghwater’s project – een nieuwe energiecentrale – maar de strijd uiteindelijk zal verliezen, zal komen te bungelen. Zelfmoord. ‘De voorstelling is dus ook voor kinderen, zeg maar’, grinnikt hoofdrolspeler Bert Visser.

‘Mooi dat wij nu de beelden hebben’, knikt Jeroen Zijlstra tevreden. Samen met Jan is hij verantwoordelijk voor de muziek. ‘Taktaktak, tiktiktik, prrrprr-tjang, lichten aan, dan weten wij wat voor spektakel er als muziek onder moet.’

‘Het script was veel te lang,’ vertelt regisseur Pieter Stellingwerf zijn crew, ‘er zaten dubbelingen in, personages die niet uit de verf kwamen. De introductie van de vissersfamilie hebben we naar de radio geduwd.’ Het is immers de bedoeling dat de voorstelling al begint als het publiek, met de autoradio aan, vanuit Cornwerderzand de Afsluitdijk oprijdt. Het radioprogramma moet een kruising tussen VPRO en zendamateurs worden. En er is een verslaggever van Omrop Fryslân geregeld om, ter afwisseling van opgenomen fragmenten, live verslag te doen.

Rap leest Bert, de laptop voor zich, al scrollend en turend, Leeghwater’s openingstekst waarin wordt verwezen naar waterbouwkundige die in de 17e eeuw diverse polders drooglegde. ‘Slurp, leeg,’ doet Bert, ‘ik ga voor niks minder als een meer!’

Aandachtig luisterend trommelt Jeroen met zijn vingers, jonge maakster Esther van Til knabbelt op haar rode pen. De makers wisselen van gedachten over de openingsscène, Brenda Bruin, haakt in. Brenda, met haar opleiding Cultureel Erfgoed, haar interesse voor theater, doet research voor de voorstelling, want het mag dan draaien om het fantasierijke, het spektakel, met rondspuitend water, metersgrote vissen, de piepknorgeluiden die, op die middag in het blauwe huis, ‘tsjak, tuttut, grr’, nu en dan opklinken, tegelijkertijd wordt er op onderdelen gestreefd naar een zekere historische juistheid.

Anderen lezen, nee, spelen hun tekst: Albert Secuur als Sigfried, Ellen Pieters laat Alma, de vrouw van de visser, krijsen als een viswijf. ‘En nu een lied, als het goed is.’ Kees bedient de gettoblaster. ‘Nu horen jullie alleen nog de piano’s, hoor jongens,’ verduidelijkt Jeroen, ‘maar het wordt allemaal nog veel grofkorreliger.’ Bij het melancholieke ‘Het lied voor Alma’ – nu de wind is gaan liggen, voel ik mij ontheemd – verzucht de speelster: ‘Mooi, hoor … jemig …’

De voorstelling schakelt van het heden, de opening van Leeghwater’s energiecentrale, naar het verleden, de voorgeschiedenis, het verzet van Johannes, de Judasrol die zijn schoonzoon Sigfried in het gebeuren speelt. ‘Twee tijdlijnen, die switch, is dat wel duidelijk is voor het publiek?’, vraagt iemand zich af. En: ‘Wat als we die vissers eens Wierings laten praten?’ ‘De storm is gaan lêge. Je slêpt niet meer bij me.’ Het idee wordt verworpen, wel wordt besloten een gesproken tekst van Bert op muziek te zetten. ‘Dan kun je Leeghwaters romantische kant laten zien, Bert.’

Behoorlijk wat discussie is er vooral over de rol van Senta (Hanneke Last), de vissersdochter die ‘alles voorziet’. ‘Misschien moet Senta de storm oproepen.’ ‘Misschien moet zij de epiloog doen.’ ‘Maar moet zij dan niet ook in de beginscène?’ ‘Bij elk steigertje een Senta, niet in spel of tekst, maar puur als beeld. Als abstractie.’

‘Tot en met scene 17 klopt het,’ vat Pieter na enkele uren de middag samen. ‘Bert, wanneer ga jij ook weer op vakantie? Dan prikken we een datum. 16 juli? 17? 18? In Amsterdam?’

Leeghwater: er gaat iets gebeuren. Maar wat? – 17 juli

Aan Leeghwater, de megaproductie die BUOG in september in de buitenhaven van Breezanddijk gaat brengen, doen zo’n vijftig amateurs mee. Het is vakantietijd, dus niet iedereen is aanwezig, die zomerse zaterdag op het veld bij Pier’s Hûs in het Friese Kimswerd waar in de verte de hanen kraaien en regisseur Pieter Stellingwerf het bonte gezelschap, meest vrouwen, welkom heet. ‘Moos zit nog in India, Ruth is er weer. En super dat Esther er tóch bij is.’ Esther is de ‘jonge maker’ Esther van Til die vandaag, samen met Cyrelle Faille met de amateurs aan de slag zou gaan. Het had haar dag moeten zijn, maar helaas, zij liep een hersenschudding op en moet zich afzijdig houden.

De posters en de flyers zijn klaar, de kaartverkoop komt op gang. Pieter stuurde de definitieve versie van het script, samen met een mp3-bestand naar alle deelnemers. ‘Check even of je mailbox vol is’, waarschuwt hij, want een deel van de mails kwam terug. Maar al gaat er soms iets mis en moet de voorstelling over twee maanden al staan, ontspannen vertelt hij wat zoal de bedoeling is. Als hij laat weten dat de spelers een autokaart krijgen voor de try-out volgt een luidruchtig gemompel. Zij staan immers zelf op de planken? ‘De ogen open, jullie krijgen de voorstelling nog zo vaak te zien dat je er de laatste avond echt wel genoeg van zult hebben’, pareert hij.

Even later vormt de groep een kring rond Cyrella. ‘Ik soe sizze, doch mar gewoan even mei’, zegt iemand. Het is de bedoeling dat de aanwezigen een handeling bedenken met de eerste letter van hun naam. ‘Cirkeltjes draaien met Cyrella’, zo bijt zij de spits af en vervolgens is het ‘close met Coby’ en ‘jumpen met John’, eerst met, daarna zonder woorden. ‘En maak het groter, maak het héél groot’, gebiedt Cyrella. De spelers lopen rond ‘alsof jullie één grote machine zijn … en probeer elkaar aan te kijken … neem je hele lichaam mee … enorme kaplaarzen … en nu op hakjes … ja, ook de mannen … wat gebeurt er met je handen … met je hoofd?’

Na de buitenoefening wordt de groep in tweeën gesplitst. Vorige week is er in Den Oever voor het eerst met de amateurs gewerkt ‘aan bewegings- en groepsdingen’. Degenen die er toen niet bij waren gaan met Pieter en Lida (Esther’s vervanger) mee, naar één van de zalen op de bovenverdieping van Pier’s Hûs waar zij meer uitleg zullen krijgen. Cyrella neemt de overige deelnemers mee naar de naastliggende ruimte waar, onder het banier van Muziekvereniging O.K.K. Kimswerd, de bewegingen die vorige week zijn geoefend ‘theatraler’ zullen worden gemaakt. Ook de parkeerwachten en de cateraars maken deel uit van de voorstelling, maar de spelers vervullen dubbelrollen. Wat de ‘professionals’ op het speeloppervlak laten zien, wordt namelijk ook op de ‘steigers’ gebracht, maar dan ‘net iets anders’. ‘Jullie zorgen ervoor dat de voorstelling echt letterlijk dichtbij het publiek komt.’

Als betrof het een schoolklas, zo telt zij ‘één, twee, drie, vier, één …’ en wordt de groep opgesplitst. ‘Wij gaan een aantal momenten pakken en dan kiezen jullie drie bewegingen. De trouwerij van Senta en Sigfried, een ruzie, een werkbeweging en een begroeting. Hou het heel sec, heel realistisch, hou het gewoon heel sec.’

In de groepjes wordt druk overleg gevoerd. John omhelst het niets. ‘Dat is één. En daarna gaan wij netten naaien.’ ‘Boeten heet dat.’ Eén van de vrouwen doet het voor en zo blijken sommige deelnemers zich algauw te ontpoppen tot mederegisseurs.

‘En dan kom jij erbij …’

‘Nee, je begint klein …’

‘Há, en dan: báf!’

‘En als John de kus nu eens alleen doet?’

Cyrella loopt rond, geeft nu en dan aanwijzingen. ‘Probeer echt te zoenen, zo realistisch mogelijk.’ Zij noemt de ‘sec’ uitgevoerde oefeningen de verf waarmee vervolgens het schilderij gemaakt gaat worden. ‘Eén iemand kan een beweging brengen, of alle vier. En hoe ga je staan? In een kring? Hoe pakt iets uit als je gaat versnellen? Of juist vertragen?’

De deelnemers geven elkaar feedback – wat werkt, wat niet – en even later, buiten op het veld volgt een tweede presentatie. Er wordt gedanst, gewacht, gezoend. Netten worden geboet, zeilen gehesen, de vangst binnen gehaald. Het is materiaal waar de jonge makers de komende weken, vóór de echte repetities beginnen, twee keer per week, mee aan de slag kunnen.

Ook Pieter bemoeit zich er nu mee. ‘Het is mij af en toe nog iets te illustratief. Moet je illustreren of abstraheren?’ ‘Doe maar voor’, roept iemand. Esther stapt naar voren, laat zien hoe je op verschillende manieren kunt ‘wachten’: op je horloge kijken of gewoon staan, slechts een mondhoek die even beweegt. ‘Het gaat om een soort taal die wij met elkaar ontwikkelen’, legt Pieter uit. ‘Het publiek het gevoel geven: er gaat iets gebeuren. Maar wat?’

Kees Botman en zijn bouwploeg – 23 augustus

Breezanddijk, waar BUOG over een paar weken het theaterspektakel Leeghwater brengt, blijkt onbereikbaar met het openbaar vervoer. Ik kan met fotograaf Linus Harms meerijden, die voor de Moanne nummer 5 een foto zal maken voor bij het interview met regisseur Pieter Stellingwerf. Ondertussen neem ik een kijkje bij theatervormgever Kees Botman en zijn bouwploeg.

Een rood-wit lint over het weggetje dat naar de haven loopt: Verboden voor onbevoegden. De zilte geur van het slik. Het is eb en een deel van de buitenhaven ligt droog. Aan de overkant van de haven, achter bergen basaltblokken vaart een vissersboot, in de verte de bruine zeilen van een klipper. En meeuwen natuurlijk, geen haven zonder de krijsende vogels die door de lucht cirkelen, altijd dezelfden. In het water is het platform al te zien waarop de voorstelling zich af zal spelen, 18 meter in diameter. Pr2… een enorm oppervlak… en het lijkt niet eens zo heel groot… Ook de loopsteiger, richting het speelvlak, is klaar, weerspiegeld in het natte slik. Een man ligt op zijn knieën op de steiger, hij lijkt te inspecteren of alles goed vast zit en op het platform is iemand met een meterslange stok in de weer. Blote, gespierde armen, een blauwe muts op.

De voorbereidingen op de productie Leeghwater hebben, vanwege vakanties, een paar weken op een zacht pitje gestaan, nu is de bouw in volle gang. Elders, in Kimswerd, zijn ondertussen de repetities begonnen en volgende week komen de spelers naar de haven.

Ik zwerf over het terrein, langs de busjes, de felgroene containers, enkele caravans, een tent. Op een trailer staat een bootje, baleinen er overheen gespannen, netten eromheen gedrapeerd. Een vis? Flarden van gesprekken: ‘Er moet een soort paardenroffel komen, rondom te horen, als een wave’, ‘alles wat gelijk loopt, wordt theater’ en: ‘begin september komt de jury van de Kulturele Hoofstad hier, met de helicopter. Even kijken en dan zijn ze weer weg.’ Er wordt gelachen en ik loop door, naar een legervrachtwagen waar een soort spin naast staat die ik herken van de schetsen die Kees Botman een paar weken geleden – tijdens de eerste leesrepetitie – de crew liet zien.  Zo wordt het en zo is het geworden. Maar wat het is? Er klinkt gesis. ‘Hij doet het!’, roept een van de bouwers als de lange houten poten bewegen. ‘Je hoort hem, he?’ Hij draait aan een hendel, piepend en krakend komt het gevaarte opnieuw in beweging. ‘Maar wat ie nu doet, dat draaien, dát moet eruit.’

Ondertussen neemt Kees, zittend op de aanlegsteiger, een stapel A-viertjes met krabbels in de hand, met een van zijn mannen door wat er zoal nog geregeld moet worden. Het gaat over bouwlampen en hout dat moet kunnen buigen. ‘En der moatte fjirtjin fan dy platen komme.’

Op de vraag hoe het met de bouw loopt, antwoord hij: ‘Stadich… It sa ferskriklik grut, en sa’n nuver plak.’ Hij wijst naar het platform. ‘Dan is it as stiet der in bern op. In popke. Oare kearen liket it hielendal wer net sá grut, is it wol te oersjen.’ Even twijfelt hij. ‘Ik tink dat it goed is sa’t wy it dogge. Der is in goeie bouploech. Goeie jonges.’ Maar plannen blijkt lastig en het meeste werk komt nog: kabels, licht, ontploffingen. Kees ziet mijn verbazing. ‘It giet om it effekt,’ legt hij uit, ‘mei moal of sa’, want het Wad is Natura 2000 gebied en dat betekent dat er allerlei beperkingen zijn.

Het gesprek komt op de Kulturele Hoofdstad. ‘De winsk om Kulturele Haadstêd wurde te wollen, hat de foarstelling mei mooglik makke.’ Dat was toen het nog Friesland was, niet Leeuwarden, dat in 2018 de Kulturele Hoofdstad van Europa moest worden en Henk Keizer nog kwartiermaker. ‘It idee om sa de ferbining tusken Fryslân en Noard-Hollân te lizzen, spruts him enoarm oan.’

Vanuit de tent op het parkeerterrein wordt geroepen. ‘Kees, kom je nog? Etenstijd.’ En iemand anders: ‘Kees, ik ik ha dy even noadich foar de aggregaten.’ Op dat moment loopt de klipper, nu op de moter, de haven binnen. Bezorgd om het pas gebouwde platform staat Kees tussen de meerpalen en maant het schip vaart te minderen. Ondertussen staat zijn eten koud te worden.

Leeghwater, in bûtenwenstich barren fan buog
Fraachpetear mei Pieter Stellingwerf, De Moanne nr. 5

It binne bannige dagen foar Pieter Stellingwerf dy’t tegearre mei Kees Botman de betinker fan ‘bûtenwenstige barrens’ is: buog, bedenkers en uitvoerders van ongewone gebeurtenissen. Syn aginda seit dat er moarns om acht oere al in ôfspraak hat, dat in oere letter op it stasjon yn Harns wêze, dat slagget net: it wurdt in oere letter. Even nei tsienen siket er plak foar de kampearbus – in prachtige ljochtgiele oldtimer – en komt er de stasjonsrestauraasje yn. Oer in pear wike giet de film, makke foar Doarpsbelang Koudum yn premjêre, yn oktober is der ‘Meer en Meer’, in lokaasjefoarstelling op ’e Brandemar yn opdracht fan de fúzjegemeente De Friese Meren en mei de kryst wurdt de Carmina Burana brocht. In wol hiel ûngewoan barren sil it drive-in teaterspektakel Leeghwater wêze dat 11 septimber yn de bûtenhaven fan it lytste doarp yn Nederlân yn premjêre giet: Breezanddijk, healwei de Ofslútdyk.

Al fanôf begjin maaie, doe’t der in fideoklip makke is mei kaberettier Bert Visser dy’t Leeghwater spilet, ôf folget de Moanne de tariedings op dizze megaproduksje. Op de webside stean ferslaggen oer de earste lêsrepetysje, in fraachpetear mei Esther van Til dy’t de amateurs dy’t meidogge regisearret en in ferslach fan in earste rippetysje fan dyselde amateurs ûnder lieding fan Cyrelle Faille, beide jonge teatermakkers. Ien fraach is dêrby net beantwurde en dy seit: as de mannen fan buog ‘ongewone gebeurtenissen’ betinke, wêr komme de ideeën dan wei?

Neist de buog-produksjes is Pieter dwaande mei in film oer Koudum. ‘It wie te koart dei om noch in foarstelling ta te rieden doe’t it fersyk fan Doarpsbelang by my kaam om mei har mei te tinken. Mei reden om foar it medium film te kiezen. Sa’t der sawat fyftich jier ferlyn in rolprint makke is, dy’t in tydsbyld fan it doarp jout, sa wurdt dit jier op ’e nij in film opnaam as in, ek foar yn de takomst, bliuwend oantinken. Mar ‘allinne mar’ mei de kamera troch Koudum om de bebouwing en oare bysûnderheden fêst te lizzen: dat is net genôch. Der is in ferhaal omhinne betocht: In man fan oer de santich dy’t as knaap fan 19 nei Amerika gie en no, yn 2013, werom komt om syn soan it plak dêr’t er hikke en tein is sjen te litten. Tidens in fartocht, de earste dei al, krijt er in ynfarkt en rekket er yn it sikehûs. De soan bliuwt achter en giet mei de kamera Koudum yn om syn heit, as er behannele en opknapt wêze sil, de bylden sjen te litten.’

Sa is it ferhaal en sa ek wurde de Koudumers te fiter holden: Nimmen op it doarp dy’t wist dat it om in akteur gie mei wa’t sy yn petear rekken en nimmen ek dy’t der weet fan hân hat dat de opnamen dy’t de soan makke foar de film fan doarpsbelang ornearre binne. Dy moard sil net earder as 6 septimber, op de jûn fan de premjêre, útkomme.

wy ha in ôfspraak, Kees en ik

Pieter, dy’t santjin jier yn in sikehûs wurke en dêrneist in soad toaniel spile hie altyd de stille ambysje hân om dêr mear mei te dwaan. Neidat er op syn 29e syn diploma as Intensive Care-meiwurker helle en him realisearre dat er it op de IC gjin 35 jier folhâlde soe, hat doe de regy-oplieding oan de Hogeschool voor de Kunsten yn Utert dien. Fjouwer jier lang, twa dagen yn ’e wike nei Utert en dêrneist nachttsjinsten op de IC draaie. Op de oplieding krige Pieter net in soad mei oer ljocht en foarmjouwing en  sa kaam it dat er him opjoech foar in kursus by Kees Botman, dy’t in jier letter, doe’t Pieter syn ôfstudearprojekt die, de beljochting foar him fersoarge. Dêrnei dienen Pieter en Kees út en troch tegearre in projekt en doe’t sy yn 2001 frege waarden mei te tinken oer ‘Friesland Vaart’, ha se buog oprjochte.

buog is in vof (fennoatskip ûnder firma) én in stichting. De vof wurket yn opdracht – foar bedriuwen, ynstellingen en oerheden bgl – al nimt men net alles oan. ‘Wy ha in ôfspraak, Kees en ik. As wy earne foar frege wurde gean wy der tegearre hinne. En as it foar ien fan ús beide net goed fielt, dogge wy it net. Itselde jildt as in opdrachtjouwer in plan allegeduerigen wer oars ha wol. Dat kin, dat mei, mar as wy der net langer achter stean, kin it sa wêze dat we ôfheakje. Doe’t wy by de iepening fan in wentoer yn Almere in foarstelling brochten, kaam Duijvestein, de wethâlder, by ús foar in oar projekt. Mar it wie sa polityk … Wolst wol dyn artistike frijheid hâlde, it moat net al te braaf en belearend wurde. As teatermakker reflektearrest op de tiid en dêr sitte ferskillende aspekten oan. Kinst net altyd sizze wa’t gelyk hat. Dat jildt ek foar Leeghwater dat oer it dilemma tusken tradysje en fernijing giet.’

Eigen inisjativen falle ûnder de Stichting. Sa ek Leeghwater, it spektakel dat op 11 septimber yn premjêre giet. ‘Kees hat in boat, hy ken de bûtenhaven fan Breezanddijk, hie der wolris lein. Al in jier as seis libben wy mei it idee om dêr, op dat plak nochris in foarstelling te bringen.’ De lokaasje, dy’t fan de Ofslútdyk ôf net te sjen is, is fan in enoarme omfang en dat hat sa syn konsekwinsjes. ‘Kees en ik,’ fertelt Pieter, ‘wy ha in byld fan wat it wurde moat, dêr wurkje wy nei ta. Tidens it rippetysjeproses moatst nije ideeën de romte jaan, want foar itselde jild kin it better. Om’t Leeghwater sa grut is – net allinne de lokaasje, mar ek it tal minsken dat meidocht – wurdt der lykwols mear fêstlein as oait … Wy wolle alle risiko’s sa folle as mooglik útbanne.’

De mannen binne elke wike op syn minst fjouwer dagen byelkoar. ‘Faak witte wy letter net wa’t krekt wat betocht hat. Kees is sterk yn ljocht en foarmjouwing, ik doch de minsken. Dêrby is de begjinfase it meast wichtich. Is it net te maklik? Moat it oars? Prikkeljender? As de begjinfase goed west hat, merkst dat yn de ûnwikkelingsfase. Wy ha leard in konsept dat net wurket oan kant te lizzen.

De bûtenhaven is enoarm, sa’n 130 by 70 meter, en de foarstelling is op it wetter. Foar it publyk op de wâl stiet sa’n popke santich meter fierderop. Hoe krijst it dan toch yntym? It moat de minsken ek ergens reitsje. Foar in part dogge wy dat mei help fan radio. De besikers komme mei de auto nei de bûtenhaven en ûnderweis, as sy op de autoradio ôfstimme op radio Breezanddijk, begjint de foarstelling al. En wy wurkje mei byldskermen sadat de mimyk fan de spilers te sjen wêze sil. It is in konsesje oan de lokaasje. Sa fielt it ek … in konsesje… mar oars witst net iens dat Bert Visser meidocht …

Bert tinkt mei ús mei. Hy is superentûsjast en as waadsiler hâldt er fan wyn en wetter. Alle dingen dy’t mei wetter te krijen ha, wol er beslist sels dwaan. Yn Leeghwater sit in sêne mei in jetski, eins soest dêr in stand-in as stuntman foar ynskeakelje moatte. Mar Bert is enoarm enerzjyk en in man dy’t soks oandoart, dêr in útdaging yn sjocht.’

‘De Ofslútdyk is de ferbining tusken twa provinsjes. By de oanlis fan de dyk hat men nei elkoar tawurke, letterlik, mar der is no net in soad gearwurking mear. Fryslân is folle mear op Grins rjochte as op Noard-Hollân. De amateurs komme fan beide kanten fan de dyk en dat jildt ek foar de meiwurkers. Wol is it sa dat wy merke dat de provinsje Fryslân mear jild yn kultuer stekt. Miskien spilet mei dat men de kulturele ynfrastruktuer in boost jaan wol fanwege de winsk om Kulturele Haadstêd fan Europa te wurden. Sa’n boost kin Ljouwert wol brûke want it is net de meast kulturele stêd fan Nederlân …’

As, sa heal augustus, it petear mei Pieter holden wurdt, is de bou yn de bûtenhaven krekt begûn. Der binne 19 fjoertuorren pleatst, mei in steiger derfoar. Dêr sille de amateurs wat op it spylopperflak bart tichter by it publyk bringe. Der wurde ek alfêst rinsteigers boud en in fisker spuitet peallen yn it wetter op de plakken dêr’t spile wurde sil. In dekorstik dat yn Earnewâld boud is, sil mei in skip nei Breezanddijk brocht wurde. Pieter helpt dizze dagen mei mei de opbou. Hy kin laskje en timmerje, want, sa seit er: ‘Fan oarsprong bin ik werktuigboukundige.’

It kin noch, want in wike letter begjinne de repetysjes.

]]> http://www.elskeschotanus.nl/leeghwater-buog/feed/ 0