Na de klap, Trinus Riemersma

Friese literatuur: hoe kunnen ze het zo verknoeien?
Na de klap van Trinus Riemersma vertaald uit het Fries

jannewaris 2004
Na de klap,
Trinus Riemersma, uit het Fries vert. door Jabik Veenbaas, De Geus, 2001 isbn: 9044500112, 253 blz.
Oorspronkelijke titel: Nei de klap

© Neat fan dizze webside mei oernaam en fermannichfâldige, publisearre of op in webside set wurde sûnder skriftlike tastimming fan de auteur.

Wat gebeurt er als de bom valt? De mogelijke gevolgen van ‘de klap’ worden door Riemersma tot in de finesses uitgewerkt. Na de klap doet denken aan  Lord of the Flies van Golding. Een Friese ondergangsroman die velen aan de kant zullen leggen, mogelijk om zijn onthutsende inhoud, maar helaas ook omdat het boek door zijn stijl niet prettig leest.

Trinus Riemersma is een van de belangrijkste Friestalige schrijvers, of, beter gezegd: dé belangrijkste. In een deel van zijn werk speelt zijn kritische visie op (het behoud van) de taal en de relatie tussen de Friese literatuur en de Friese Beweging een belangrijke rol. Riemersma probeert de lezer aan te zetten tot het nadenken over de positie van de Friese taal. Hij publiceert zowel romans als poëzie en toneelwerk en manifesteert zich daarnaast als columnist in de Leeuwarder Courant. Riemersma zoekt vaak het experiment, zowel in de vorm als in het taalgebruik. Zijn belangrijkste werk De reade bwarre (De rode kater) werd geschreven in een fonologische spelling als kritiek op de spellingswijziging van het Fries.

Ook Na de klap – een van de weinige publicaties uit het Fries die het Hollandstalige lezerspubliek bereiken – is te beschouwen als een experiment. Een gedachtenexperiment in de lijn van Orwell’s 1984 of Huxleys’s Brave new world: hoe ziet de wereld er uit na de ramp die alle leven vernietigt?

Uitzichtloos

Het verhaal begint zeven jaar ‘na de klap’, een grote ramp die heel Noordwest-Europa in een chaos heeft veranderd. Niets staat meer overeind, bijna al het menselijk en dierlijk leven is weggevaagd. Het wordt verteld door de 14 jarige Ake, een wees uit Drachten, die de klap ternauwernood heeft overleefd. Hij weet dat hij het in zijn eentje niet zal redden en sluit zich aan bij een groep zwervende kinderen. Zij komen terecht in Noord Frankrijk, waar ze zich met oude winkelvoorraden en primitieve middelen in leven proberen te houden. Ake kijkt terug op een zwerftocht door een verwoest West-Europa, nu eens alleen, dan weer in het gezelschap van meer of minder betrouwbare anderen, in de hoop de gevolgen van de ramp te kunnen ontlopen. Maar leven, zo blijkt, wordt in dergelijke omstandigheden tot zijn essentie teruggebracht: eten, onderdak, kleding en copuleren.

De inhoud van de roman is boeiend door de harde en genadeloze uitbeelding van de mens in een situatie waarin elke poging tot overleven uiteindelijk uitzichtloos blijkt.

Vertaling ‘bekt’ niet

De toon van het boek echter doet, door zijn vaak korte zinnen, aan die van een kinderboek denken. De beschrijvingen van de situatie en de gebeurtenissen tijdens de tocht zijn vaak te wijdlopig. In Friesland wordt de schrijver gezien als een ‘virtuoos stilist’, een typering die wat dit boek betreft nogal overdreven is: Riemersma heeft een enigszins afgebeten schrijfstijl, spreektaal bijna, met korte zinnen die (vooral in het begin van het verhaal) bovendien zijn volgestopt met niet-functionele stopwoordjes als ‘wel’, ‘dan’ of  ‘ook’ en overtollige informatie.

Je vraagt je af waarom ze bij de Friese uitgeverij geen kritische editor hebben die de schrijver daarop wijst; ook een gevestigde en originele schrijver als Riemersma zou er zijn voordeel mee kunnen doen.

Is Na de klap van Riemersma in de oorspronkelijke taal al niet prettig leesbaar om zijn stijl, Veenbaas maakt het met zijn vertaling helemaal bont. Gebruikelijk is, dat voor een vertaling een ‘native speaker’ wordt gevraagd. Iemand die thuis is in de doeltaal. Dat is Jabik Veenbaas niet, hij is eveneens Fries schrijver en zonder zich daarvan bewust te zijn, vertaalt hij de oorspronkelijke tekst bijna woordje voor woordje. Dat levert hier en daar een vreemd Nederlands op, vol Friesismen, lang niet altijd echt fout, maar het ‘bekt’ niet. Zo worden Friese woorden en uitdrukkingen als ‘de grutten’, ‘mei in pear jier’, ‘nou’ of  ‘de huzen binne der aardich fanôf kaam’ letterlijk vertaald met ‘de groten’ in plaats van volwassenen, ‘met een paar jaar’ in plaats van ‘over een paar jaar’, ‘nou’ in plaats van ‘nu’ en ‘de huizen zijn er aardig van afgekomen’. Het boek staat bol van de letterlijke vertalingen die in het Nederlands gewoon niet goed klinken.

De vertaling die wij voorgeschoteld krijgen met steun van de Provincie Friesland, het Fonds der Letteren en het NLPVF is inhoudelijk interessant, maar voor de lezer in deze vorm helaas niet te pruimen.